Inleiding Geschiedenis
Delven en bewerken Kenmerken
Diamant A.B.C.
Briljant: Briljant en diamant niet verwarren:
briljant duidt op de slijpvorm, diamant op de grondstof.
C.I.B.J.O.: Internationale confederatie van
sieraden,zilverwerk, diamanten, parels en edelstenen, waarbij alle landelijke
federaties zijn aangesloten.
C.S.O.: Central Selling Organisation, de centrale
verkoop organisatie van ruwe diamanten van de Beers.
Dispersie: De weerkaatsing van lichtstralen
naar de oppervlakte van een steen, alwaar deze uiteen vallen in de regenboog
kleuren van het spectrum.
Facetten: Spiegelende en twinkelend-kleurig
effect, dat ontstaat als een diamant in het licht wordt bewogen.
G.I.A.: Gemmological Insttute of America.
Insluitsel: Natuurlijke, inwendige deeltjes in
een diamant, die ontstaan zijn tijdens het kristallisatieproces.
Juweliersloep:
Deze loep moet tien maal vergroten en het beeld niet verteken of verkleuren.
Karaat: De gewichtseenheid van diamant. 1 Karaat
(internationaal gebruikte afkorting crt) = 0,20 gram. 1 Karaat is 100 punten.
Kimberliet: Ook wel "blauwe aarde"
genoemd, de gestolde lava die diamant bevat.
Kleur: De meeste diamanten die in sieraden zijn
gezet lijken wit; in werkelijkheid verschillen ze van elkaar door zeer subtiele
kleur nuances. Ook bestaan er gekleurde diamanten (fancy conlours)
Kloven: De handeling om diamant te splijten in
zijn natuurlijke groeirichting.
Kroon: De bovenzijde van een diamant. Deze bevat
de tafel, de sterretjes, de bezelen en de halfjes.
Paviljoen: De onderzijde van een diamant. Deze
omvat de paviljoenen, de halfjes en het collet (indien aanwezig)
Punt: 100 punten = 1 karaat (0,20 gram).
Rondist: Deel van diamant hetzij mat, hetzij met
facetten, dat de scheiding vormt tussen de kroon en en paviljoen.
Schittering: De schittering hangt af van de
externe spiegeling van een diamant en van de brekingsindex (verandering van
richting van lichtstraal binnen een steen), die de interne spiegeling bepaalt.
Sights: Verkoopdagen van ruwe diamanten, die
ongeveer 10 maal per jaar bij het C.S.O. in Londen worden gehouden.
Slijpen en polijsten: De bewerking aan een
diamant die de definitieve vorm geeft door het aanbrengen van facetten.
Slijpvorm: De naam die gegeven wordt aan de vorm
van een geslepen diamant.
Snijden: De bewerking die na het kloven of zagen
de gewenste basisvorm aan een diamant geeft. Deze bewerking geschiedt meestal
aan een draaibank.
Vuur: Het zichtbare effect van dispersie
Zagen: Het zagen maakt het mogelijk een steen
evenwijdig aan het basisvlak te delen.
Zuiverheid: De zuiverheid wordt onder een
tienmaal vergrotende loep beoordeeld. Er is een officiële zuiverheidschaal
opgesteld om de interne kenmerken van de diamant - of te wel insluitsels- normen
te vatten.